Pestbeleid

1. Inleiding

 

Als school zetten we ons in voor de mentale gezondheid van onze leerlingen.  We werken hieraan met het ganse team en externen die ons als school ondersteunen (klasleerkrachten, zorgteam, directie, ouders en het CLB).
 

We zien de ernst in van de grote gevolgen die veroorzaakt kunnen worden door pesten bij kinderen en gaan preventief aan de slag op school.
Indien pesten zich voordoet, zullen we de nodige acties ondernemen om het welzijn van onze leerlingen te waarborgen.

Een duidelijk beleid zorgt ervoor dat de manier waarop we een pestproblematiek aanpakken duidelijk is voor iedereen. Dit zowel binnen de school als voor de ouders en onze leerlingen.

 

 

2. Visie van de school

 

Onze katholieke basisschool werkt aan een familiale sfeer. We zetten ons in om te zorgen voor een warm en open schoolklimaat waar kinderen zich optimaal kunnen ontwikkelen en thuis voelen. Er is altijd ruimte voor een gesprek. Wij willen dat elk kind de kans krijgt om zich op eigen tempo te ontwikkelen en verwachten ook respect voor elk individu, zowel binnen het team als van de andere leerlingen.

 

We gaan samen met ouders op stap om leerlingen zo goed mogelijk te ondersteunen. Belangrijk hierin is dat we open communiceren en in dialoog gaan met elkaar.

 

Indien er een melding komt over een pestsituatie, zal de school dan ook de nodige stappen zetten om dit op te lossen aan de hand van dit pestbeleid.

 


3. Plagen, ruzie maken en pesten
 

Er zijn verschillen tussen plagen, ruzie maken en pesten. Het is belangrijk om dit goed te onderscheiden van elkaar.

 

 

Tegenwoordig speelt pesten zich niet alleen af in de “echte” wereld maar ook in de online wereld. Dit wordt cyberpesten genoemd.
 

Onder cyberpesten verstaan we alle vormen van pesterijen die een beroep doen op ICT. Dit kan via de gsm, computer , tablet,..

Via deze weg worden slachtoffers lastig gevallen, beledigd of bedreigd op bijvoorbeeld apps zoals “What’s app”, “Instagram” en “Tik Tok”.

 

4. Signalen

 

Soms vertonen kinderen signalen wanneer er sprake is van pestgedrag. De school, maar ook ouders moeten waakzaam zijn voor deze signalen.

 

Directe signalen:

- SMS-jes of berichten en opmerking bij apps.

- uitgesloten worden
- vaak als laatste gekozen worden of met veel gemor gekozen worden
- vaak alleen staan
- geen vriendjes hebben die langskomen of willen afspreken.

 

Indirecte signalen:

- spullen die verdwijnen

- onverklaarbare blauwe plekken of kapotte kleren.
- geen zin meer hebben om naar school te komen
- laattijdig naar school komen, een omweg maken met de fiets
- ontspannen op vrijdagavond, gespannen op zondagavond
- dalende punten
- minder gemotiveerd zijn
- meer teruggetrokken gedrag of net agressiever gedrag

 

 

5. Aanpak op school

 

5.1 Preventieve aanpak

 

We vinden het allereerst belangrijk dat we preventief werken aan een warm schoolklimaat waar iedereen zich thuis voelt.

 

In de kleuterschool werken we hieraan door:

- Een gevoelsmeter in elke klas

- Kringgesprekjes rond conflicten oplossen

- Verhaaltjes, poppenkast rond sociale vaardigheden

- Thema “anders zijn”, “verschillen” aan bod laten komen

- Groene en rode duim die in de klas en op de speelplaats hangen

- Liedjes

- Doos vol gevoelens

 

 

In de lagere school proberen we op allerlei manieren preventief te werken.

 

Allereerst werken we aan een positieve klassfeer. We proberen ervoor te zorgen dat elk kind zich goed voelt in de klas en er een leuke sfeer is tussen klasgenootjes. Klasleerkrachten werken hieraan door middel van klasgesprekken, klasgenoten leren samenwerken aan de hand van groepsopdrachten en er zijn voldoende vrije momenten in de klas om elkaar beter te leren kennen.

 

Als school werken we eraan om elke leerling zo goed mogelijk te kennen. Zo kunnen we sneller inspelen wanneer we merken dat een leerling het moeilijker heeft.

 

Er is steeds ruimte voor aparte gesprekjes met de kinderen. Dit kan op vraag van het kind zelf, de ouders of de leerkracht. We willen onze leerlingen meegeven dat ze steeds bij ons terecht kunnen.


Om al onze leerlingen goed te leren kennen worden er activiteiten georganiseerd met de ganse school. Zo organiseren we de boerenbabbel, is er voor de kerstvakantie een winterfeest en hebben we elk schooljaar een schoolfeest.


Ook worden er activiteiten georganiseerd tussen verschillende klassen en leerjaren. De 3de graad leest verhalen voor  het eerste en tweede leerjaar, het 5de en 6de moeten samenwerken aan een project,…

 

We vinden het ook belangrijk om een goed contact te hebben met de ouders. Een open communicatie is erg belangrijk om samen te werken. Samen kunnen we de kinderen zo goed mogelijk ondersteunen.

Als tussendoortje tijdens de lessen wordt er de voorbereidende oefeningen van CLIM gebruikt. Tijdens deze oefeningen werken we aan 4 basisattitudes.
 

- Iedereen kan iets, niemand kan alles.

- Je hebt het recht om hulp te vragen.

- Je hebt de plicht om hulp te bieden.

- Samen zijn we slimmer.

 

Op deze manier leren de kinderen elkaar vertrouwen, zorgen voor ieders veiligheid, verantwoordelijkheid opnemen, zorgen voor elkaar, zich verbonden voelen met elkaar en elkaar aanvaarden én waarderen.

 

Ten slotte zijn we volop bezig met het uitwerken van lessen rond sociale vaardigheden voor de ganse school. Hier gaat er gewerkt worden aan de weerbaarheid van de kinderen. Hoe kunnen we ruzies oplossen op een juiste manier, hoe maken we vrienden, wat is ok gedrag en wat niet,…

5.2 Plan van aanpak bij pestprobleem

 

In de kleuterschool kan het voorkomen dat je je als ouder zorgen maakt over het gedrag van je eigen kind of dat van een klasgenootje.

 

- Bij het brengen of ophalen van de kinderen kan je de juf aanspreken en je bezorgheden melden. De juf kan dan samen met de ouders kijken of er nood is aan een gesprek en belangrijke info doorgeven aan het zorgteam.

- Indien nodig kunnen er dan maatregelen op maat van het kind afgesproken worden samen met de ouders.


In de lagere school hebben we een vaste aanpak wanneer er een melding wordt gemaakt van een pestprobleem.

 

- In de eerste plaats kunnen de kinderen en ouders bij de klasleerkracht terecht. Zij geven een melding van een pestprobleem steeds door aan de zorgcoördinator. Samen wordt er dan gekeken of de klasleerkracht verder helpt of de zorgcoördinator dit op zich neemt.

- Kinderen en ouders kunnen ook steeds terecht bij de zorgcoördinator. De taak van de zorgcoördinator bestaat eruit om te zorgen dat alle leerlingen ok zijn. Dit zowel op cognitief gebied als sociaal welbevinden. Je kan de zorgcoördinator bereiken via mail of je kan een afspraak aanvragen bij de klasleerkracht of het secretariaat.

- Tot slot kan deze melding ook doorgegeven worden aan de directeur. Hij bezorgt de info bij de juiste mensen en volgt mee op.

 

 

Op school werken we volgens de herstelgerichte methode.
Hierbinnen zijn er 4 fases die doorlopen moeten worden.

 

Fase 1: de voorbereiding


Er wordt een melding van een pestproblematiek gemaakt door een ouder of leerling. We komen zo te weten wie er allemaal betrokken is en welke rol ze volgens de aanmelder hebben gespeeld.

 

Hierna wordt er met elke betrokken leerling een apart gesprekje gepland.
Dit is om te weten te komen wat er precies allemaal aan de hand is en wat er allemaal al is gebeurd.

 

Het slachtoffer heeft de kans om zijn/haar verhaal te vertellen. Er zullen ook veel vragen gesteld worden om een zo goed mogelijk beeld te hebben van de situatie. Er wordt gevraagd naar zijn of haar gevoel en wat er nodig is om deze situatie terug recht te zetten.  

 

Bij de pester zal er eerst geluisterd worden naar zijn/haar verhaal. Zo komen we te weten of er schuldinzicht is. Hierna wordt er aangevuld met wat er is gehoord en gezien door het slachtoffer en eventuele getuigen. Er wordt in dit gesprek al duidelijk gemaakt dat dit gedrag niet getolereerd wordt. Wanneer we merken dat de pester inzicht heeft in zijn/haar gedrag, kan er een herstelgesprek plaatsvinden.

 

 

Fase 2:

 

Het herstelgesprek wordt voorbereid. Het slachtoffer wordt ingelicht van het gesprek met de pester. Er wordt uitgelegd aan alle partijen wat de bedoeling van het herstelgericht gesprek is. Er worden ook enkele afspraken gemaakt.


- De betrokkenen luisteren naar elkaar.
- De gedachten en gevoelens van de betrokkenen worden benadrukt.
- Iedereen neemt zijn verantwoordelijkheid op.
- De leerkracht probeert de betrokkenen te stimuleren om zelf tot een oplossing te komen.


 

Fase 3: herstelgericht gesprek

 

Het slachtoffer en de pester worden samengebracht. De leerkracht legt nog eens uit wat de bedoeling is van het gesprek. De pester heeft iets mis gedaan en samen moet er gekeken worden wat er nodig is om dit te herstellen.

 

Aan de hand van de vier herstelgerichte vragen en het visuele stappenplan wordt het gesprek gestart. Deze vier vragen vormen de basis van het gesprek. Indien nodig kunnen deze aangepast worden of in een andere volgorde gevraagd worden.

 

De vier vragen zijn:

- Wat is er gebeurd?
- Hoe voel je jou daarbij en hoe zou de andere zich voelen?
- Wat heb jij gedaan?
- Hoe wil je dit oplossen?

 

Bijkomende vragen kunnen zijn: ‘Wat verwacht je van de ander?’, ‘Hoe wil je het goedmaken?’, ‘Wat heb je nodig om je beter te voelen?’ en ‘Wat heb je nodig om verder te kunnen?’.

 

Op het einde van het gesprek is het de bedoeling dat er samen gekeken wordt hoe het slachtoffer en de pester verder kunnen en worden concrete afspraken gemaakt van hoe de pester zijn fouten goed maakt.


 

Fase 4: afsluiten

 

Op het einde van het gesprek wordt er overlopen of het zo voldoende is besproken en opgelost voor elke betrokkene.

Het kan zijn dat de pester nog even tijd nodig heeft om te bedenken hoe zij/hij het goed kan maken.

 

Er kan dan afgesproken worden om de volgende dag terug samen te zitten. De pester doet een voorstel, het slachtoffer moet steeds akkoord zijn. Het kan zijn dat er toch nog iets extra bedacht moet worden om de relatie te herstellen.

 

De concrete afspraken worden doorgegeven aan de leerkrachten die dicht bij de betrokkenen staan. Zo kan er extra toegezien worden dat deze effectief gebeuren.

 

De ouders van het slachtoffer en de pester worden ook ingelicht rond het herstelgesprek. Er wordt gevraagd om zaken die thuis opgemerkt worden, door te geven.

 

Indien nodig wordt ook het CLB ingelicht.  Zij kunnen mee ondersteunen waar nodig.

  

 

 

Wanneer er zich een pestproblematiek voortdoet in de hele klas, kan er ook met de no-blame methode gewerkt worden. Dit is iets wat we kunnen toepassen in de 3de graad (5de en 6de leerjaar).
 

 

6. Wat kan je als ouder doen?

 

Het is niet altijd makkelijk om te weten wat je als ouder best kan doen wanneer je kind aangeeft dat het wordt gepest. Wanneer dit zich op school voordoet is het erg belangrijk dat je dit doorgeeft. Zo kunnen we op school hiermee aan de slag.

 

Het is ook belangrijk om met je kleuter een gesprek aan te gaan wanneer je merkt dat hij/zij zich niet goed voelt.

 

 

6.1 Als jouw kind wordt gepest/ zich emotioneel niet goed voelt

 

- Kies een gepast gespreksmoment.

- Kies een rustige plaats en voorzie voldoende tijd om de volle aandacht aan je kind te geven.

- Luister naar wat je kind te zeggen heeft.

- Neem het verhaal ernstig. Soms lijkt iets maar erg kleins voor volwassenen. Voor kinderen kan dit wel veel verdriet veroorzaken.

- Erken de gevoelens van je kind. Toon begrip voor wat hij/zij voelt en wat de behoeften zijn die je kind uitdrukt.

- Maak duidelijk dat je er bent voor je kind en mee op zoek wil gaan naar een oplossing.

- Vertel dat je het knap vindt dat hij/zij heeft willen praten.

- Wijs je kind op de noodzaak om met de school te gaan praten indien het gaat over een incident of gevoel dat op school heerst. Zoek samen naar 

   de meest geschikte contactpersoon.

- Bekijk samen wat je de school wil meedelen en wat je wel en/of niet verwacht.

- Ga na bij wie je kind aansluiting kan zoeken.  Wie deed nooit mee met het pesten? Wie kunnen ze tijdens de speeltijd opzoeken?

- Stimuleer andere contacten met leeftijdsgenoten. Zowel binnen als buiten de school.

- Ga voor jezelf op zoek naar iemand waarmee je dit allemaal kan bespreken.

- Richt je bij ernstige proberen tot de hulpverlening. Eventueel kan de school en/of het CLB hierbij helpen.

6.2 Als je kind pest/ heeft gepest

- Kies een gepast gespreksmoment.

- Kies een rustige plaats en voorzie voldoende tijd om de volle aandacht aan je kind te geven.

- Zeg duidelijk waarom je een gesprek aangaat.

- Luister naar je kind. Probeer te achterhalen naar het wat, hoe en waarom van het pesten/ mee pesten.

- Keur het voorbije pestgedrag af en maak duidelijk dat je wilt dat je kind ermee stopt.

- Ga in gesprek over het verschil tussen plagen en pesten.

- Verduidelijk wat het pesten teweeg kan brengen bij het slachtoffer.

- Vraag je kind om de schade te herstellen. Hierbij moet je kind kijken naar wat het slachtoffer of de groep nodig heeft om verder te

  kunnen en zelf een oplossing bedenken om hieraan tegemoet te komen. Het kan zijn dat je kind hierbij begeleiding nodig heeft.

  Dit kan ook op school opgenomen worden.

- Bekijk met de school hoe je de schoolaanpak van thuis uit kan steunen.

- Blijf in gesprek met je kind en met de school.

- Ga voor jezelf op zoek naar iemand waarmee je dit allemaal kan bespreken.

- Richt je bij ernstige proberen tot de hulpverlening. Eventueel kan de school en/of het CLB hierbij helpen.

 
7. Contact

 

7.1 Contact klasleerkrachten

 

In de eerste plaats zijn de klasleerkrachten het aanspreekpunt. In de kleuterschool kan je hen aanspreken bij het brengen en ophalen van de kleuters.

 

In de lagere school kan je de leerkracht na de uren op de speelplaats aanspreken of via de agenda communiceren.

 

Klasleerkrachten hebben ook allemaal een schoolmail. Dit is de voornaam.achternaam@heilige-familie.be

Op de website bij het lerarenteam kan u bij elke leerkracht het correcte e-mailadres terugvinden.

 

7.2 Contact zorgcoördinatoren

 

U kan ook contact opnemen met de zorgcoördinatoren.
Voor de kleuterschool is dit juf Lies: liesbet.vanbauwel@heilige-familie.be

Voor de lagere school is dit juf Silke: silke.hendriks@heilige-familie.be


 

7.3 Contact directeur of secretariaat


Wanneer u niet zeker bent met wie u contact moet opnemen, kan u steeds mailen naar het secretariaat of de directeur.

Zij bekijken aan wie ze jouw vraag moeten doorgeven.

 

Secretariaat: secretariaat@heilige-familie.be of 03 239 17 88
Directeur: directeur@heilige-familie.be of 03 239 17 88

 

 

7.4 Contact CLB

 

Tot slot kan u ook contact opnemen met de verantwoordelijke van het CLB voor onze school.

 

In de lagere school kleeft er een sticker met de contactgegevens van de CLB verantwoordelijke vooraan in de agenda.

 

Momenteel is dit: rein.claes@vclbdewisselantwerpen.be

Administratieve zetel
Jan Moorkensstraat 95
2600 BERCHEM
secretariaat@heilige-familie.be

03 239 17 88
0487 80 34 57 (na 16 u)

Directeur
Dirk Billion

directeur@heilige-familie.be

03 239 17 88

 

Sociale media

 

  • Wix Facebook page
gimme logo.JPG

© 2014 door ideeweb.be